 |
 |
Onderhoudssnoei.
Als een boom zijn opkroonhoogte heeft bereikt, behoeft de kruin geen structurele begeleiding meer. Alleen takken die overlast geven, worden in deze fase nog gesnoeid. Bijvoorbeeld als ze te dicht bij ramen en lichtmasten groeien. In deze ontwikkelingsfase vragen de bomen nog maar eens in de vijf jaar onderhoud.
De snoei van volwassen bomen noemen we uitdunsnoei. Volwassen bomen groeien niet meer in de lengte of de breedte. Zij zijn 'tot volle wasdom' gekomen. In deze fase zet - net als bij mensen - langzaam ook de aftakeling in. Er groeit steeds minder blad in de binnenkruin (vorming dode takken) en de takken gaan steeds verder uithangen. Bij storm beginnen takken te breken en er ontstaan inzinkingen onder de oksels van de zwaarste takken.
Omdat de kruin minder blad heeft, moet een volwassen boom zuinig omgaan met zijn energie. Een jonge boom verbruikt tot 70 procent van de bladsuikers om de stam en de wortels te laten groeien. Volwassen bomen daarentegen, besteden vrijwel alle kracht aan het produceren van zaad. In deze fase krijgen schimmelinfecties makkelijker toegang tot het wortelsysteem. Als de wortels eenmaal zijn aangetast, is er geen weg meer terug.
Bij uitdunsnoei worden alleen de dunne takken aan het uiteinde van de kruin verwijderd. Deze hebben een omvang van maximaal acht tot tien centimeter. Daarnaast moet natuurlijk de individuele takbalans en de kruinbalans goed in evenwicht worden gehouden. Deze takbalans is van het grootste belang voor oude bomen. Vanaf de grond is deze balans niet te zien of te volgen. Alleen een gespecialiseerde boomverzorger kan deze goed beoordelen. Het uitdunnen van oude bomen is daarom echt vakwerk en mag alleen door specialisten worden gedaan.
Als u nadere vragen heeft over het snoeien van oude bomen, dan komen wij dit graag bij u uitleggen. |
 |
|